|
Begin april 1859
vertrok Monet vanuit Le Havre naar Parijs om schilder te
worden. Hij koos ervoor om niet de traditionele,
'academische' opleiding te volgen, maar zich aan te melden
bij de vrije Académie Suisse. Oprichter Charles Suisse bood
zijn leerlingen de mogelijkheid om in volledige vrijheid te
werken. Eugène Delacroix, Honoré Daumier en Gustave Courbet
werkten er. En vanaf 1855 was Camille Pissarro een van de
leerlingen, met wie Monet een levenslange vriendschap zou
onderhouden.
In 1861 wordt hij door loting voor maar liefst zeven jaar tot
de dienstplicht geroepen in Algerije. Een flinke tegenvaller
in zijn ontwikkeling als kunstschilder, al zou hij zich later
de indrukken van licht en kleur in Afrika als positief
herinneren. Zeven jaar duurt zijn dienstplicht echter niet.
In 1862 wordt hij ziek naar huis gestuurd. Monet krijgt zes
maanden revalidatieverlof in Le Havre. Hij
ontmoet er de Nederlandse schilder Johan Barthold Jongkind
(1819-1891), die door zijn met minieme kleursteken opgebouwde
landschappen vol licht en lucht wordt gezien als de voorloper
van de impressionistische schilderkunst. Monet zou later zeggen: "Jongkind was mijn echte
leermeester, en ik dank aan hem de definitieve scholing van
mijn oog."
In 1865 worden in de Salon voor het eerst twee zeestukken van
Monet tentoongesteld. De Salon was in de 17e eeuw ingesteld
voor het tentoonstellen van werken van levende kunstenaars.
De overheid
deed op de Salon haar aankopen. Het was dus belangrijk om
hier met werk toegelaten te worden. Ook in 1866 wordt een
werk van Monet toegelaten, Camille of De vrouw in
de groene japon. De schrijver Emile Zola schrijft naar
aanleiding van het schilderij een lovend artikel over Monet.
|
|
|
Het model op het schilderij is zijn vriendin Camille
Doncieux, met wie hij een jaar later een kind krijgt: op 8
augustus 1867 wordt in Parijs Jean geboren. Het jonge gezin
verkeerd echter in financiële nood, en tijdens een verblijf
in Bennecourt aan de Seine probeert Monet zelfmoord te
plegen door in de rivier te springen. Dat het niet gelukt is
moge gezien de (kunst)geschiedenis duidelijk zijn; wie Monet uit de Seine
heeft gered is echter niet bekend.
In 1868 schildert hij voor het laatst een werk met figuren.
Vanaf dan staat het landschap centraal. En hoewel de Seine
bijna zijn leven nam, blijft zij een van Monets grote
liefdes. Hij zal de rivier tot aan het einde van zijn leven
blijven volgen en schilderen.
(La
Grenouillere, 1869)
In het voorjaar van 1870 trouwen Monet en Camille. Niet veel
later breekt de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland uit,
waarop Monet met Camille en Jean naar Londen vertrekt. Begin
1871 bereikt hem in de Engelse hoofdstad het nieuws dat zijn
vader is overleden. De erfenis die hij ontvangt maken
het leven een stuk aangenamer. Als in juni de oorlog in
Frankrijk ten einde is, reist Monet met vrouw en kind via Zaandam naar Parijs
terug. Het bevalt hem zeer in het waterrijke stadje.
‘Zaandam
is wel bijzonder opmerkelijk en er is genoeg te schilderen
voor een heel leven,’
schreef Monet aan zijn vriend en collega Camille Pissarro.
‘Huizen in alle
kleuren, molens bij honderden en verrukkelijke boten.’
Monet besluit,
wellicht ook door zijn huidige financiële situatie,
uiteindelijk vier maanden in te blijven.
lees verder - 1871
Zaandam
|
|