HOME - CLAUDE MONET  - DE SCHILDERIJEN - WANDELROUTE - BOEK - CONTACT


 
CLAUDE MONET
 
Le Havre 1840 - 1859







Gezicht op Rouelles, Le Havre, 1858  

Claude Oscar Monet werd op 14 november 1840 geboren in de rue Laffitte 45 in Parijs, niet ver van Gare Saint Lazare. Nu staat er een bankgebouw, opgetrokken uit marmeren stenen. Alleen de oude winkel die tussen de bank en nummer 47 is ingeklemd doet nog aan de tijd van Monet's geboortejaar denken. Een klein pand met een oude houten deur en houten luiken, die gesloten waren. Boven de luiken hangt een groen bord waarop met gele letters het woord FOURRURES staat - Pelterijen:  in deze werkplaats werden de bontmantels gemaakt voor de welgestelde burgers van het Parijs in de 19e eeuw.

Geboren in Parijs dus, maar Monet groeide op in de Normandische havenstad Le Havre, gelegen aan de monding van de Seine. Monet’s jeugd aan de Seine liet een onuitwisbare indruk achter: “De Seine. Ik heb haar mijn hele leven lang geschilderd, op elk uur, in elk jaargetijde, van Parijs tot aan de zee… Argenteuil, Poissy, Vétheuil, Giverny, Rouen, Le Havre…

Le Havre is de grootste stad van Normandië, ontstaan in de Middeleeuwen. Door de verzanding van de Seinemonding en het dichtslibben van de zeehavens Harfleur en Honfleur, samen met de ambities van François I (1494 – 1547), leiden tot het ontstaat van de haven van Le Havre, waar de koning vervolgens ook een stad laat bouwen.

Vanaf de 18de eeuw zijn de rederijen in opkomst, mede door de uitwisselingen met de koloniën (Haïti, Senegal, India). Het is het begin van een ongekende welvaart. Onder Lodewijk XVI (1754 – 1793) groeit de stad steeds verder uit. In 1852, als het overbevolkte stadscentrum uit zijn voegen barst, besluit Napoleon III (1808 – 1873) de stadsmuren af te breken. Er komen grote boulevards voor in de plaats en de omliggende gemeenten worden geannexeerd, zodat Le Havre uit kan groeien tot een grote industriële stad met een haven gericht op handel in grondstoffen als koffie, specerijen, tropisch hout en katoen.

Het is in deze bloeiperiode dat het gezin Monet naar Le Havre verhuist. Want in tegenstelling tot het bloeiende Le Havre staat Parijs halverwege de jaren veertig aan het begin van een economische crisis. Kruidenier Claude Adolphe Monet besluit daarom met zijn echtgenote Louise Justine Aubrée en kinderen de stad te verlaten, om in Le Havre in de zaak van zijn zwager Jacques Lecadre te beginnen, die onder andere een handel in kruidenierswaren bedreef. Niet dat hij er een vervelende jeugd had, maar Monet verveelde zich in Le Havre. In een stad waar voornamelijk zakelijk denken

gestimuleerd werd, voelde deze jonge creatieve geest, die bovendien wars van regels was, zich niet echt thuis. Zijn verblijf op school, dat hij vergeleek met een gevangenis waar hij niet meer dan vier uur per dag kon doorbrengen, was ook geen succes. Nee, hij kon maar moeilijk aarden in de Le Havre. Maar we moeten blij zijn dat hij uitgerekend dáár was, aan zee, wat een prima plek was om je te gaan vervelen, wat Monet ten volle deed. Want het was de verveling die tot creativiteit leidde en hem aanmoedigde om te gaan tekenen. Toen hij een jaar of vijftien was begon hij karikaturen te tekenen van zijn klasgenoten. Een paar jaar later, in 1857, inmiddels geld verdienend met de karikaturen van de burgerij in Le Havre, was zijn reputatie als karikaturist gevestigd.

Zijn werk werd nu voor het eerst tentoongesteld, bij de plaatselijke lijstenmaker, naast het werk van de schilder Eugène Boudin. Boudin, begin dertig, schilder van landschappen en zeegezichten, was afkomstig uit het nabij gelegen Honfleur en herkende in de tekeningen het talent van de jonge Monet. Hij nodigde hem uit om met hem te werken in de buitenlucht.

Toen Monet de tachtig al gepasseerd was, zei hij over die periode: "Boudin zette zijn ezel neer en ging aan het werk. Ik begreep ineens wat schilderen kon zijn... mijn lotsbestemming als een schilder openbaarde zich voor me. Als ik inderdaad een schilder ben geworden, dan dank ik dat aan Eugène Boudin. Dankzij hem gingen mijn ogen open en begreep ik de natuur; tegelijkertijd leerde ik van haar te houden."

Een zwart-witfoto van Monet uit de tijd in Le Havre toont een jongeman van een jaar of negentien, gestoken in een mooi donker pak met een wollen gilet, witte blouse en een sjaaltje om de nek; zijn linkerhand steekt in de zak van zijn broek, zelfverzekerd kijkt hij van de camera weg. En: baardloos. Natuurlijk had hij op die leeftijd nog geen baard, slechts lichte haargroei op zijn bovenlip wat het begin van een snor zou kunnen zijn, hooguit. Maar die baard, die later zo karakteristiek voor hem is geworden, zoals bijvoorbeeld de steek dat voor Napoleon is, die ontbreekt nog. Zat waarschijnlijk nog in de keel van deze jongeman, die het inmiddels wel gezien had in Le Havre en tegen de zin van zijn vader in naar Parijs vertrok.

Claude Monet 1840 - 1926

1840 – 1859
Le Havre

1859 1871
Parijs

1871
Zaandam

1872 1883
De Seine

1883 1926
Giverny


Copyright © 2010 -
Stichting Monet in Zaandam | Colofon | Links