|
Giverny
Claude
Monet haalde zijn inspiratie uit de natuur. Zowel voor het
schilderen als voor de gerechten die hij liet bereiden. Want
naast schilderen was tuinieren zijn grote passie.
Hij hield van de stad, maar
in 1872, een jaar nadat hij in Zaandam was geweest, besloot hij Parijs te verlaten om
langs de Seine achtereenvolgens enige jaren in de dorpen
Argenteuil en Vetheuil neer te strijken. Toen hij zich in
1883 met zijn tweede vrouw Alice Hoschedé en hun acht
kinderen in het inmiddels beroemde roze huis in Giverny
vestigde, had hij de plek gevonden waar hij zijn twee grote
liefdes kon samenbrengen: de grote tuin bij het vrijstaande
huis werd ingericht met talloze soorten bloemen en, later,
een waterlelievijver om te schilderen, en een hoenderhok en
een moestuin om uit te eten.
Bovendien had het huis veel
kleine bijgebouwen, zoals een wijnkelder en een schuur die
perfect dienst konden doen als provisieruimtes. Kortom, de
ideale plek op nog geen 75 kilometer van Parijs.
Het was ook toen, in de beginjaren in Giverny,
dat Monet erkenning kreeg voor zijn werk en de jaren van
armoede en financiële problemen achter zich kon laten. In
1902 kon hij het zich zelfs veroorloven om naast een kokkin
en twee keukenmeisjes vijf tuinmannen in dienst te nemen om
de inmiddels weelderige tuin te onderhouden, en een zesde
voor de verzorging van de vijver met waterlelies, die model
stond voor de beroemde Nymphéas schilderijen.
"Ik ben nergens goed voor, behalve voor tuinieren en de
schilderkunst."
Het atelier en de keuken
De rolverdeling was duidelijk: alles in en rondom het
huis in Giverny draaide om de veeleisende Monet. Claude
schilderde, Alice verzorgde het huishouden en, samen met
kokkin Marguerite, de maaltijden. Monet stelde niet alleen
hoge eisen aan zijn schilderijen, maar ook aan de inrichting
van het huis, aan de kleren die hij droeg en vooral aan het
voedsel dat hij at. En een maaltijd zonder verse producten
uit de moestuin was ondenkbaar.
Als
na een aantal jaar de moestuin uit zijn voegen groeit,
besluit Monet de bloemen- en de moestuin van elkaar te scheiden. Hij koopt het op een helling gelegen
La Maison Bleue
(een mooie verwijzing naar 'Het Blauwe Huis op de
Hogendijk', een van zijn meest dierbare schilderijen uit
zijn Zaanse periode!),
aan het andere eind van het
dorp. De vierkante terrasvormig aangelegde moestuin bij het
huis wordt het domein van tuinman Florimond, die er op zijn
manier een meesterwerk van maakt. Er staan onder andere
appelbomen met Reine des Reinettes, onmisbaar voor de Tarte
Tatin, en pruimenbomen met Reine Claudes en kleine
Mirabellen voor de vruchten op brandewijn en de compotes van
Marguerite. Daarnaast plant Florimond wortelgroenten,
bladgroenten, knol- en koolgewassen (Monet was gek op rode
kool) en peulvruchten, naar de eis van Monet keurig per
soort bij elkaar.
Vroege vogel
Monet was een vroege vogel. Zijn dagindeling was net zo
streng geordend als de bloemen in de tuin en de groenten in
de moestuin. Om vijf uur stond hij op, en na een koud bad
nuttigde hij zijn ontbijt. Gebakken eieren met bacon,
Stilton, Hollandse kaas, toast met sinaasappelmarmelade: een
combinatie van gerechten die hij had leren kennen tijdens
zijn verblijven in Engeland en Zaandam.
|